Home Blog E-health Interessante zorg 2.0 onderwerpen
Interessante zorg 2.0 onderwerpen
Geschreven door Daan Penning de Vries   

Internationale verschillen op het Health 2.0 congres in Parijs.

Door de grote verscheidenheid aan partijen aanwezig op het Health 2.0 congres is het moeilijk alles samen te vatten, maar enkele observaties zijn de moeite waard.

Interessante_onderwerpen

Duidelijk werd dat, naast het verschil tussen de Verenigde Staten en Europa, er ook grote verschillen bestaan tussen Europese landen. Nederland en Denemarken worden door de organisatoren van het congres gezien als vooruitstrevend op het gebied van Zorg 2.0. Zij waren ook zichtbaar blij met de presentatie uit Nederland en Denemarken. De Deense regering heeft één nationale portal weten te realiseren, waar alle patiënten en zorgaanbieders op aangesloten zijn. Een van de redenen waardoor deze portal, sundhed.dk, een succes heeft kunnen worden is het feit dat de zorg in Denemarken gefinancierd wordt door één partij, namelijk de regering zelf. Hierdoor was het mogelijk standaarden te bepalen, waardoor online communicatie mogelijk werd. Op de vraag van een “wanhopige” Brit: “Denmark, what did we do wrong? What do we need to get where you already are?” antwoordde Morten Petersen, managing director van sundhed.dk, dan ook: “the choice of standards is decisive. Without standards for collecting and sharing data your project can’t succeed.”

Pieter Vos, van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ), wil dat zorgaanbieders, verzekeraars en regeringen meer gebruik gaan maken van sociale media. Het idee achter deze wens is transparantere ontsluiting van informatie, en patiënten, beleidsmakers en een breder publiek betrekken bij het formuleren van nieuw beleid.

Voor zowel de Deense als de Nederlandse aanpak is veel te zeggen; grote verschillen tussen nationale zorgstelsels zorgen ervoor dat er geen panacee is maar er voor elke situatie een context-specifieke oplossing nodig is.

De discussie over financiering van Health 2.0, op grote en kleine schaal, ging verder. Immers, de Deense situatie is eerder uitzondering dan regel. In deze discussie komt het verschil tussen de VS en Europa weer terug. In de VS worden veel zorg 2.0 initiatieven betaald door het verkopen van advertentieruimte op de websites en “pay for your care”, en komen samenwerkingsverbanden tussen farmaceutische bedrijven, zorgaanbieders geregeld voor. Geheel volgens Amerikaans gedachtegoed worden commerciële belangen niet gezien als obstakels bij het realiseren van innovatie. In Europa ligt dit anders; regeringen en zorgverzekeraars hebben hier veel meer invloed en zorgprofessionals staan vaker kritisch tegenover farmaceutische bedrijven. Reclame-banners, volledig geïntegreerd in enkele Amerikaanse websites die op het congres getoond werden, kwamen volgens bezoekers de betrouwbaarheid van de resultaten niet ten goede.

Een probleem uit Duitsland maakt de paradox duidelijk waar we in Nederland ook mee geconfronteerd worden. Duitsland telt 262 zorgverzekeraars die allen onafhankelijk opereren. Aangezien veel zorg 2.0 initiatieven profiteren van schaalvoordelen, werkt dit de ontwikkeling tegen. Van de ene kant is het als zorgaanbieder "not done" om advertenties op je website toe te laten, anderzijds is de financiering zo verspreid dat het moeilijk is iets grootschaligs op touw te krijgen.

Het laatste woord hierover is nog niet gesproken. Innovatie in Nederland staat hoog op de politieke agenda. Er zijn veel beeldbepalende initiatieven . IPPZ is positief gestemd over de mogelijkheden voor verbreding van zorg 2.0 in Nederland. Ten opzichte van Denemarken heeft Nederland nog wat in te halen, maar op Frankrijk, Duitsland, Engeland en de VS lopen we voor.

Internationale samenwerking: houd rekening met de context.

Op welke manier kun je nu, met deze culturele verschillen, internationale samenwerking vormgeven. Software-oplossingen en innovatieve ideeën kunnen relatief eenvoudig geporteerd worden, maar businessmodellen zijn erg afhankelijk van financiering, opzet van de gezondheidszorg en cultuur. Een voorbeeld van een goede applicatie die niet direct overgenomen zou kunnen worden door dergelijke problemen is American Well. American Well presenteerde in dezelfde sessie als IPPZ op het Health 2.0 congres, en biedt een portal waar de patiënt zijn eigen huisarts kiest en na consult met de creditcard betaalt. Het einde van deze discussie is nog niet in zicht, maar het is buiten kijf dat internationale kennis- en ervaringsuitwisseling onbetwist van belang is. Uiteindelijk komen hier (denk-)modellen uit die helpen zorg 2.0 aan te passen en te optimaliseren per land, zorginstelling én patiënt!

Voorbeelden van succesvolle internationale samenwerking.

Een sessie op Health 2.0 Europe was gewijd aan online patiënten- en zorgprofessionalcommunities. Patiëntencommunities bestaan al lang en zijn er in allerlei smaken. “Rating sites”; websites waar patiënten zorgprofessionals of instellingen kunnen beoordelen komen veel voor, maar zijn vaak gebonden aan regio of land. In potentie kunnen communities voor patiënten met bepaalde ziektebeelden meer profiteren van een internationale opzet, echter de patiëntengemeenschappen die werden gepresenteerd op het congres bleken toch vooral een nationale markt te bedienen.

Communities voor zorgverleners hebben wel succesvol de stap kunnen maken naar internationaal werken. Ontstaan uit noodzaak, maar uitgegroeid tot een bijzondere website is bijvoorbeeld Neurosurgic.com. Het aantal neurochirurgen in Zweden bleek klein en beperkt, en bovendien te verspreid om kennis te blijven ontwikkelen. Door deze website op te zetten ontstond een uitgebreide, rijke gemeenschap voor neurochirurgen over de hele wereld. Uit 195 landen delen neurochirurgen kennis, interessante casus en literatuur. Zo worden momenteel Neurochirurgen in Ethiopië getraind door collega’s uit de hele wereld, gesteund door Neurosurgic.com.

Personal Health Record of Data Utility Layer?

Na de presentaties “Direct Consumer Use for Wellness and eCommerce” en “Online Interactions with Physicians” werd de “Emerging Data Utility Layer” besproken. Naast grote, Amerikaanse bedrijven als Google en Microsoft kwamen ook andere initiatieven aan bod. Uit Nederland werd de applicatie van Stichting Begeleide Zelfzorg (sBZ) besproken, verder een netwerk van de Franse Apotheken en Patientsknowbest.com.

Door het digitaliseren van medische informatie wordt analyse op grote schaal mogelijk, wat weer voor veel doelen ingezet kan worden. Een voorbeeld komt uit Frankrijk, waar apotheekbezoekers zich via een pas identificeren. Deze pas zorgt ervoor dat aankopen opgeslagen worden in een centrale database. Bij aankoop van medicijnen die potentieel gevaarlijk zijn in combinatie met eerder verkregen medicijnen komt er een notificatie naar boven; mooi geïllustreerd in dit (Frans-gesproken) filmpje. SBZ meet INR-waardes van patiënten, en via een online portal wordt er een doseringsschema verstrekt.

Mircosoft en Google faciliteren dergelijke praktijken op hun platformen, Health en Healthvault respectievelijk. Zoals Microsoft zelf zegt: “Microsoft Healthvault is not an EHR [Electronic Health Record], it’s a Platform”. Hiermee wordt bedoeld dat, naast de opslag en het beheer van persoonlijke medische gegevens, e-Health partijen kunnen aansluiten en hun applicatie ontwikkelen gebaseerd op een dergelijk platform. Interessante opmerking van Google: “Data on its own is useless. Healthcare needs conversations.” Hier geeft een Google haar visie prijs; het aanbieden van data-opslag is belangrijk, maar dient geen doel als de data niet goed gebruikt worden. Deze filosofie wordt door IPPZ onderstreept, door onze focus op integratie van face-to-face en online behandeling.

Ondanks dat de visie achter Google Health en Microsoft Healthvault sterk is, zijn er nog veel praktische obstakels. Zoals een aanwezige opmerkte op Twitter: “These […] platforms seem too complicated even for hardcore web users”. De openheid en veelzijdigheid van de platforms zorgt tegelijkertijd voor complexiteit. Het eerder beschreven Deense succes indachtig, is het ook weer voer voor de discussie in hoeverre contextfactoren als financiering en cultuur het succes van zorg 2.0 beïnvloeden.

Interessant zijn deze ontwikkelingen in ieder geval wel, ook voor kleinere e-health aanbieders van het eerste uur. Wat betekent dit voor de ontwikkeling van e-health applicaties, vooral voor kleine pioniers? Wellicht kan een partij als Google of Microsoft standaarden bieden waardoor zorg 2.0 naar een hoger niveau van volwassenheid kan stijgen.